• Gestaag bouwen aan de continuïteit van een dorpsclub

    Misschien niet de beste, wel de leukste en de gezelligste. Het is kort en bondig de karakterisering die Peter Moens (53) het best van toepassing vindt op zijn Houtense club ’t Goy. Een dorpse vereniging die ook nog eens ‘Herbstmeister’ is geworden in de strijd om de Hans van Echtelt Cup in de vierde klasse I. Moens, met René van de Wurf, verantwoordelijk voor de Technische Zaken bij ’t Goy, hecht zeker waarde aan de inzet om de Kromme RijnCup zoals de onderlinge ‘strijd’ tussen regionale voetbalverenigingen ‘t Goy, Aurora, SVF, Bunnik ’73, Odijk en Schalkwijk in het verleden werd genoemd.

    ‘Toen we nog niet allemaal in één afdeling speelden, probeerden we in de winterstop van alles om de clubs in bijvoorbeeld een toernooi bij elkaar te brengen. Of om elkaar op een andere manier te ontmoeten. Nu zijn we alle ingedeeld in dezelfde poule, de vierde klasse I van het zaterdagvoetbalvoetbal. Hoe mooi kun je het hebben. En je moet je zelfs afvragen of je wel uit deze afdeling wilt promoveren. Laatst speelden we thuis tegen Schalkwijk, na de wedstrijd ging het dak eraf. Fantastisch.’

    Echtelt

    Dat de Kromme Rijn Cup voor dit jaar is omgedoopt in de Hans van Echtelt Cup, vindt Moens een mooi initiatief. ‘Hans en ik delen een werkverleden. Ik was beveiliger in het gebouw van het zelfstandige Utrechts Nieuwsblad aan de Essenkade in Houten. Hans was er sportjournalist. We zijn elkaar heel wat keren tegengekomen. Een fijn mens die, net als ik, uit deze regio komt, er veel over heeft geschreven en er veel voor heeft betekend. Ook als scheidsrechter.’

    Moens vervolgt, met een knipoog: ‘Het winnen van de Hans van Echtelt Cup is misschien het hoogste dat we dit seizoen kunnen bereiken. Al vraag ik me eerlijkheidshalve af of de huidige jongere generatie hem wel kent. Ik zal het eens peilen.’ Twee dagen later klinkt het: ‘Nee, de naam zegt ze niet veel.’

    Boost

    Voorzitter Technische Commissie, dat is, kort en bondig, de functie die Moens bij ’t Goy bekleedt. Daarnaast is hij nog trainer van de Meisjes O11. ‘We wilden het vrouwenvoetbal bij ‘Goy een boost geven. Vandaar dat ik twee keer in de week voor die groep ben gaan staan. Voor die meiden een luxe, want ik heb het diploma Trainer/Coach 1 en ben dus eigenlijk overgekwalificeerd.’

    ‘Het voordeel van de hechte club die ’t Goy is, is dat we ook niet zoveel moeite hebben om vrijwilligers te vinden. Het valt niet altijd mee, maar het is minder moeizaam dan bij ‘de grotere clubs om ons heen.’

    Moens is nu bezig aan zijn derde seizoen bij ’t Goy, een kleinschalige club waar hij het prima naar zijn zin heeft. ‘De lijntjes zijn kort, dat is heel fijn. Je komt elkaar tegen en bespreekt zaken rechtstreeks. Daardoor kunnen we heel snel beslissingen nemen. Dat hebben we onder meer gemerkt in deze covid-periode. Binnen een paar dagen was alles duidelijk. We zijn daarin onderscheidend. Het voordeel van de hechte club die ’t Goy is, is dat we ook niet zoveel moeite hebben om vrijwilligers te vinden. Het valt niet altijd mee, maar het lukt altijd wel. Het gaat minder moeizaam dan bij de grotere clubs om ons heen.’

    Met die laatste opmerking doelt Moens bewust of onbewust op de twee andere ‘concurrenten’ in Houten die beide eveneens op zaterdag voetballen: het immer ambitieuze SV Houten (derde klasse D) en FC Delta Sports ’95 (tweede klasse B). Bij SV Houten was Moens zelf als speler en (assistent)trainer actief. ‘Ik zeg altijd: als je heel goed kunt voetballen, ga je niet bij ’t Goy voetballen. Maar voetballers die het bij die het bij Houten en Delta net niet redden of afvallen, ervaren de meer ontspannen sfeer bij ’t Goy. Die jongens zeggen dan: het is net alsof ik in een warm bad terecht kom.’

     Bijgetekend

    Hoewel de prestatieve verwachtingen van de hoofdmacht van ’t Goy – opgericht op 1 juli 1962 – niet hoger reiken dan de altijd aanwezige torenspits van de dorpskerk nabij de accommodatie, heeft en had de Technische Commissie onder aanvoering van Moens en Van de Wurf toch de nodige ambities. ‘Laat ik voorop stellen’, zegt Moens, ‘dat de huidige prestaties van het eerste elftal, dat op de vierde plaats staat in de vierde klasse I, volledig op het conto komen van de huidige hoofdtrainer Bram van Hamersveld en zijn spelers. Dat heeft niets met ons beleid te maken. We hebben overigens vorige week de intentie uitgesproken om met elkaar door te gaan.’

    Toen Moens een paar jaar geleden echter de eerste selectie onder zijn hoede had, hebben hij en anderen vooral het fundament, ofwel de basis neergezet waarop de club kon voortborduren. ‘Wij houden ons nu vooral bezig met de continuïteit van de club.’ En dat betekende onder meer veel aandacht voor ledenaanwas in de lagere leeftijdsklassen. ‘Toen ik in de functie van voorzitter instapte, waren er eigenlijk geen mini’s (de allerjongsten, red.). Terwijl er wel oud-spelers waren die kinderen hadden die wilden voetballen, maar niet of moeilijk bij hun eigen club terecht konden.’

     Welkom

    Dus bedachten Moens c.s. een list. Via Open Dagen en Vriendjes -en Vriendinnetjesdagen werd de jeugd van ’t Goy (635 inwoners) en omstreken uitgenodigd om kennis te maken met de bespelers van sportpark De Eng en het voetbalspel. Die acties sorteerden het gewenste effect. Moens: ‘Wij deden dat dus anders dan andere clubs. Geen selectieprocedure om lid te kunnen worden. Je bent welkom om gewoon lekker met elkaar te voetballen.’

    Door de bezetting van de jongste van de jongste teams moet de bezetting van het eerste elftal ook voor de toekomst worden gewaarborgd. En daarmee het voortbestaan van de club. Tevens wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de jeugd door de aanstelling van kwalitatief goede trainers. ‘Daardoor heeft onze jeugdopleiding meer body gekregen en zijn we niet meer afhankelijk van goedwillende vaders.’

    Resultaten van zijn noeste arbeid zijn niet op korte termijn te verwachten. Peter Moens: ‘Ik denk dat een periodetitel dit seizoen voor ons eerste het hoogst haalbare is, naast de Hans van Echtelt Cup natuurlijk. Ik denk dat je pas over een jaar of vijf kunt zeggen of onze aanpak succesvol is geweest.’

    Maar of de Hans van Echtelt Cup dan nog, of weer, bestaat dat is dan de vraag.